Limagrain is het enige maïskweekbedrijf met een veredelingsprogramma dat ook daadwerkelijk in Nederland wordt uitgevoerd. Wij kweken en selecteren onze rassen onder typisch Nederlandse weers- en teeltomstandigheden en hebben dus als geen ander oog voor de wensen van de Nederlandse veehouder. Onze proefvelden bevinden zich op acht locaties in Nederland en verder op diverse locaties in België, Duitsland en Denemarken. Dankzij dit netwerk van testfaciliteiten kunnen nieuwe rassen uitgebreid en onder uiteenlopende bodemomstandigheden representatief beproefd worden.
Limagrain kweekprogramma’s in Europa.
Het researchcentrum in Rilland (NL) is verantwoordelijk voor Limagrains snijmaïsprogramma en richt zich op de lichtgroene zone.
Wij veredelen snijmaïsrassen op de volgende eigenschappen:
Vroege afrijping
In het wisselvallige Nederlandse klimaat is het belangrijk maïsrassen te hebben die vroeg afrijpen en ook in minder gunstige jaren voldoende opbrengst geven. Limagrain Nederland ontwikkelt oogstzekere rassen die een snelle beginontwikkeling combineren met een vroege bloei en afrijping. Rassen die tijdig zijn te oogsten met behoud van opbrengst en kwaliteit. Vergeleken met 25 jaar geleden zijn de nieuwste rassen zo’n drie weken eerder oogstbaar! Ze benutten het groeiseizoen optimaal.
Opbrengstpotentieel en -stabiliteit
Opbrengstpotentieel en -stabiliteit zijn belangrijke voorwaarden die wij aan onze maïsrassen stellen. Een maïsras moet gedurende het groeiseizoen maximaal produceren in de zin van VEM en drogestof en minimale hinder ondervinden van biologische en niet biologische stressfactoren. Denk daarbij aan aantastingen door builenbrand en stengelrot, maar ook aan de consequenties van droogte en koude. Een stevig gewas minimaliseert de veldverliezen en draagt bij aan de oogstzekerheid. Daarom worden de rassen ook uitgebreid op legering getest.
Gezond gewas met voldoende stay-green
Moderne maïsrassen combineren een rijpe kolf met een nog groen gewas. Voor de verteerbaarheid van het product is dit de meest ideale situatie (weinig verdroging en veroudering). Een ander voordeel van langer groen blijven, is dat het gewas gedurende een langere periode oogstbaar is. We spreken dan over een grotere oogstflexibiliteit.
Kwaliteit
Voederwaarde (VEM per kg droge stof), zetmeelgehalte en celwandverteerbaarheid zijn belangrijke parameters voor de kwaliteit van een snijmaïsgewas. Wij selecteren onze rassen op een hoge VEM, een hoog zetmeelgehalte én celwandverteerbaarheid. Dit levert een zogenaamde topvoederwaarde. Om deze waarde te realiseren dienen alle bestanddelen van de maïsplant (zetmeel, celwanden, eiwitten, suikers en restfractie) evenredig bij te dragen aan de energievoorziening richting de melkkoe. De restplant gaat immers ook door de koe. Limagrain Nederland brengt regelmatig nieuwe maïsrassen op de markt. Feitelijk gaat het hier steeds meer om ruwvoer met melkdrijvende krachtvoereigenschappen. Rassen die zich doen laten gelden in de melkstal. Ieder nieuw ras gaat weer een stap verder op het gebied van VEM, zetmeel én celwandverteerbaarheid. De nieuwste generatie rassen scoort op alle kenmerken, waardoor de meeste energie vrij komt voor de melkproductie van de koe. Hogere melkopbrengsten zijn het resultaat van deze efficiëntere vertering van het ruwvoer. Met andere woorden: een verlaging van de kostprijs per liter melk. Vandaar dat we deze nieuwe rassen veelal aanduiden met ‘krachtvoermaïs’. Vergeleken met tien jaar geleden is de voederwaarde van maïs namelijk met maar liefst 15% gestegen. Lees hier meer over krachtvoermaïs.
Mineralenbenutting
In het kader van het nieuwe mestbeleid is een efficiënt gebruik van mineralen door de maïsplant een belangrijk aandachtspunt. Om in te spelen op de nieuwe ontwikkelingen doet Limagrain onderzoek naar rassen die bij een lage stikstofgift een goede opbrengst behouden.
Om onze doelstellingen op het gebied van maïsveredeling te bereiken, richten wij ons nu en in de toekomst op:
- verdere optimalisering van het zetmeelgehalte
- verbetering celwandverteerbaarheid voor optimaal rendement uit restplant (en minder mest); dit zal ook sneller doorwerken in de VEM/kg ds
- selectie op zetmeelkwaliteit/bestendigheid in relatie tot oogstmoment
- ontwikkeling van maïs met een hoger eiwit- en/of suikergehalte als dit voedertechnisch of in het kader van de mineralenwetgeving interessant zou zijn
|
|