Wist u dat Limagrain als grootste vlasveredelaar van Europa een belangrijk aandeel heeft in de ontwikkeling van nieuwe vezel- en olievlasrassen? Vlas is een product dat al duizenden jaren met name in Nederland (Zeeuws-Vlaanderen), België en Frankrijk wordt geteeld. Het areaal in deze drie landen beslaat meer dan 75.000 hectare. Vlas is als lange-dagplant (14-16 uur daglicht) met name te vinden in koele en gematigde streken. In Zeeland wordt tweederde van de 2.500 hectare vlas in Nederland verbouwd. Onze Nickerson-producten worden onder andere verwerkt en verhandeld in 2e en 3e generatie vermeerderingen door Dieleman's Graanhandel in Axel. Voor de Belgische markt is fa. Braet BV de gevolmachtigde.
Vlastoepassingen
Vlas is te onderscheiden in olievlas en vezelvlas en komt voor als blauw- en witbloeiende rassen. Uit de zaden van olievlas wordt lijnolie gewonnen en uit vezelvlas linnen voor de linnenindustrie. De lange vezel (60 tot 100 cm) gaat naar de textielindustrie en vindt tegenwoordig ook zijn weg in innovatieve toepassingen als isolatiematerialen en grondstoffen voor bijvoorbeeld het dashboard in de auto of trekker en zelfs de fiets van de Belgische wielrenner Johan Museeuw. De korte vezel (10 tot 15 cm) gebruikt men veel in de papierindustrie.
Vlasveredeling
Bij de ontwikkeling van nieuwe rassen richt de veredelaar zijn aandacht op de totale vezelopbrengst die gemiddeld 1,8 ton/ha is. Verder spitst hij zich toe op de productie van gerepeld strovlas (6 ton/ha), de technische lengte (tot de eerste vertakking) en de totale lengte. De slagingskans van een ras is mede afhankelijk van een goede gezondheid en resistenties tegen fusarium en brand in het bijzonder. Elk ras wordt dan ook uitvoerig beproefd op een zwaar besmet perceel met als resultaat dat we ieder jaar minstens één nieuw ras toe kunnen voegen aan het Nederlandse assortiment.
Vlasteelt
Het gewas wordt in de eerste helft van april gezaaid. Het bloeit in juni en wordt geoogst in de tweede helft van juli. Omwille van een goede gezondheid en hoge opbrengst dient het gewas maximaal één keer per 6 à 7 jaar op eenzelfde perceel geteeld te worden. Goede voorvruchten kunnen haver, wintertarwe, winter- of zomergerst zijn, omdat zij bijdragen aan de vlaskwaliteit en weinig teeltrisico met zich meebrengen.
|