| Zaaibed & rassenkeuze |
- Ploeg de graanstoppel volledig onder; dit is noodzakelijk ter voorkoming van ziekten die overgaan van het stro op de nieuwe graankiemplant
- Met een goed zaaibed legt u de basis voor een hoge opbrengst
- Laat u voorlichten door uw zaaizaadleverancier als het gaat om de keuze van het juiste ras voor uw specifieke teeltsituatie
- Heel vroeg zaaien geeft niet altijd voordeel
- Denk aan uw rassenkeuze in combinatie met uw voorvrucht; tarwe op tarwe vraagt bijvoorbeeld om een andere rassenkeuze
- Stem de rassenkeuze verder af op het tijdstip van inzaai; niet alle rassen verdragen vroegere of latere inzaai even goed
|
Slakkenbestrijding
Slakken kunnen aanzienlijke schade aanrichten in de beginfase van de groei; aangezien het gebruik van slakkenkorrels niet altijd effectief is en steeds meer onder druk staat, verdient het aanbeveling te kijken naar alternatieven. De toepassing van zaaizaadbehandelingen lijkt succesvol en tot een vergelijkbare of betere bestrijding van slakken te leiden dan slakkenkorrels. bron PPO
Bemesting
Hanteer voor verwachte opbrengsten boven de 11 ton/ha een hogere N-gift. Meestal volstaat een verhoging van de tweede N-gift met 30 kg per hectare. Let op dat uw bemesting binnen het stelsel van gebruiksnormen past. bron PPO
Onkruidbestrijding
Wist u dat u met behulp van het ‘lage doseringen-systeem’ tot 50% kunt besparen op de kosten van onkruidbestrijding? Een en ander is wel afhankelijk van grootte en soort van de onkruiden en de mate van afharding op het moment van spuiten; verder is de standdichtheid van het gewas van belang. bron PPO
Bestrijding van plagen
Het voor tarwe belangrijke teeltgebied Noordoost-Groningen wordt de laatste jaren veelvuldig geplaagd door de tarwegalmug die in steeds grotere getalen lijkt voor te komen. Larven voeden zich op de zich ontwikkelende aren, waardoor deze beschadigd raken. Het gevolg is ook een verhoogd risico op infectie met schimmels als Fusarium en dat kan weer leiden tot vorming van mycotoxinen en uiteindelijk afkeuringen van partijen. Onderzoek bevestigt dat bestrijding van de tarwegalmug leidt tot minder aarfusarium. bron PPO
|