Volg aanbevolen zaaidichtheid en hou een zaaidiepte van 0,5 - 1,5 cm aan
Bemesting
Voor een optimale groei is een zuurgraad van 5 - 5,5 gewenst; bemest volgens bodemgesteldheid met een speciaal samengestelde gazonmeststof (90 - 150 eenheden N/ha per jaar)
Maaien
Naar gelang object in groeiseizoen gemiddeld 1 à 2 keer per per week/twee weken maaien; volg de aanbevolen maaihoogte; nooit meer dan een derde van de gazonhoogte afnemen in één maaibeurt
Parken en speelgazons een centimeter hoger afmaaien dan sier- en fijnbladige gazons; bij hitte en droogte niet of enkele centimeters hoger maaien; gras niet te kort maaien voor de winter (minimaal 3 cm)
Beregenen
Alleen indien noodzakelijk bij aanhoudende droogte en na in- en doorzaai
Jong gras frequent met kleine volumes beregenen en ouder gras beperkt met grotere volumes
Renovatie / herstel
Doorzaaien na het jaarlijkse voorjaarsonderhoud of in nazomer
Eerst onkruiden/mos bestrijden door verticuteren/uitkammen; vervolgens mat kort afmaaien en oneffenheden opvullen
Belucht toplaag bij ernstige verdichting, verschraal met zand bij vervetting
Eerste maaibeurt pas bij een graslengte van 6 cm en daarna bemesten met gazonmest