Aaltjesbestrijding
Het bietencysteaaltje heeft onder meer bieten, spinazie, koolzaad, koolgewassen, rabarber, bladrammenas en gele mosterd als waardplant. Waardplanten scheiden met hun wortels lokstoffen uit. De larven dringen door in de wortel en voeden zich met de inhoud van de waardplant. De larve scheidt stoffen uit, waarop de plant reageert met het aanmaken van reuzencellen waar het aaltje voeding uit haalt. Uw hoofdgewas ontwikkelt zich door een aaltjesbesmetting slecht en gaat bij warm weer hangen en verwelken. Het gevolg is een aanzienlijke opbrengst- en kwaliteitsderving. Dit kunt u tegengaan door de inzet van BCA-1-resistente bladrammenas. Hierdoor bent u verzekerd van maximale afbraak van de aaltjespopulatie. Resistente rassen van bladrammenas maken namelijk nauwelijks reuzencellen aan wanneer een aaltje binnendringt. Wegens voedselgebrek sterft het vrouwtje en de larven ontwikkelen zich slechter. Kortom, resistente rassen brengen de in de bodem levende aaltjes een grote slag toe en kan de populatie met meer dan 90% reduceren!
BCA 1
Om u te garanderen dat u een bladrammenas kiest uit de groep met de hoogste notering voor bietencysteaaltje(bca)resistentie is er een keurmerk ontwikkeld. Alleen die rassen die in Duitsland in de hoogste groep (Note 1) voorkomen mogen dit keurmerk 'BCA 1 hoogste niveau Bietencysteaaltjeresistentie' gebruiken. Uit laboratoriumproeven is gebleken dat de bladrammenas rassen Ramses en Final een reducering van het witte bca kunnen geven van meer dan 90%. De meeste andere bladrammenas rassen komen niet verder dan tussen de 70% en 90% (BCA 2).
Bladrammenas
Zowel uit landbouwkundig als uit milieuoogpunt verdient het de voorkeur om een gezonde vruchtwisseling te hebben. Dit is echter niet altijd mogelijk. Als een besmetting met bietencysteaaltjes verwacht wordt, dient u maatregelen te treffen. Al tijdens de braak kunnen bietencysteaaltjes uitstekend bestreden worden. Door gebruik te maken van resistente bladrammenas als lokgewas is er een aanzienlijke verlaging van de besmettingsgraad te bewerkstelligen. De verlaging kan zelfs het effect van een grondontsmetting evenaren. Bladrammenas bestrijdt naast bietencysteaaltjes ook Trichodorus en onderdrukt derhalve tabaksratelvirus. Het is ook een slechte waardplant voor M. Chitwoodi. Bladrammenas is knolvoetresistent. Ook op rhizoctoniabesmette gronden voldoet bladrammenas goed als groenbemester. Behalve voor braak is bladrammenas uitermate geschikt als stoppelgewas, bijvoorbeeld na graan, mits ingezaaid voor 1 september. Zeker bij de gemiddeld vaak hoge bodemtemperatuur in deze periode is de bestrijding extra effectief. Kortom, een uitstekende groenbemester om het bietencysteaaltje op een biologische wijze uit te bannen.
Gele mosterd
Als de zaai van een groenbemester niet vroeg kan plaatsvinden en aaltjesbestrijding toch gewenst is, dan komt gele mosterd in beeld. Inzaai is mogelijk tot 1 oktober. Gele mosterd is een snelle bodembedekker die in korte tijd een vol en sterk onkruidonderdrukkend gewas geeft dat pas laat bloeit. Ook gele mosterd pakt het bietencysteaaltje doeltreffend aan en werkt populatieverlagend. Het gewas is eenvoudig onder te werken, geeft hoge drogestofopbrengsten en verbetert de bodemstructuur.
| Voordelen van zaaien van cruciferen (= bladrammenas of gele mosterd) |
- Verhoging organische stofgehalte (bodemvruchtbaarheid)
- Stikstofnalevering/vastlegging mineralen (voorkoming uitspoeling)
- Bevordering van bodemleven
- Verbetering bodemstructuur en waterdoorlatendheid
- Groene grondontsmetting
- Drastische reductie van aaltjes
- BCA-1 kan méér dan 90% van aaltjespopulatie onderdrukken
- Effectieve bestrijding van onkruiden
- Bescherming tegen bodemerosie/stuiven
- Eerste snede voor voederwinning
- Nagroei voor groenbemesting
- Ten behoeve van bijvoorbeeld bollenteelt
- 3 à 5 % hogere opbrengst en betere kwaliteit van het volggewas
- Weinig onderhoud, lage kosten
|
| Teelttips voor een optimaal resultaat |
- Als u problemen heeft met aaltjes gebruik dan altijd resistente rassen
- Zorg voor een goed en gelijkmatig zaaibed
- Bij vroege zaai (voor half augustus) past bladrammenas, bij latere zaai gele mosterd
- De hoeveelheid zaad afstemmen op de omstandigheden: circa 25 kg/ha
- Zaaidiepte ± 2 cm
- Geef een startgift stikstof;afhankelijk van voorvrucht en tijdstip van zaaien:
- Na maïs is op zand/löss inzaai van een groenbemester/vanggewas verplicht
- Grasgroenbemesters als Italiaans of Engels raaigras hebben als voordeel dat ze een sterker
- ontwikkeld wortelstelsel hebben; verder is een goede onkruidbestrijding met een groeistof mogelijk; gras kan bovendien altijd als groenvoeder worden gemaaid.
|
|