LG Animal Nutrition is dé kwaliteits- en opbrengstgarantie voor de snijmaïsteler. Dé garantie dat u over een ras beschikt waaraan strikte voedertechnische en landbouwkundige eisen zijn gesteld en dat u verzekert van een topmelkopbrengst. Vanaf seizoen 2010 zijn de eerste rassen met dit predikaat beschikbaar voor de Nederlandse maïsteler: LG 30.218 en LG 32.34. En ook voor 2011 dienen nieuwe gegadigden zich al aan.
Dit technisch dossier geeft antwoord op de volgende vragen. Klik op een vraag om het antwoord direct te bekijken.
Kernpunten
| Waar staat LG Animal Nutrition voor? |
- LG Animal Nutrition is direct gelieerd aan het maïskweekprogramma waarin topvoederwaarde centraal staat;
- Rassen komen enkel in aanmerking voor een LG Animal Nutrition-nominatie als zowel hun totale verteerbaarheid als de verteerbaarheid van de individuele onderdelen van de plant (kolf, stengel en bladeren) bovengemiddeld zijn; er is dus sprake van een evenwichtiger energiebalans door de combinatie hoge VEM én hoog zetmeel én hoge celwandvertering;
- Landbouwkundig gezien zijn de rassen ook van het hoogste niveau, teneinde het toppotentieel maximaal te gelde te kunnen maken;
- In aanvullend praktijkonderzoek door onafhankelijke veevoedingsdeskundigen (Schothorst Feed Research in Nederland) worden de voedertechnische meerwaarde en meeropbrengst aan melk van LG Animal Nutrition-rassen nog eens bekrachtigd;
- De Melk- en Teeltradar geven weer in welke mate LG Animal Nutrition-rassen zich onderscheiden van de algemeen geldende minimum waarden voor maïsrassen;
- In 2010 zijn de eerste LG Animal Nutrition-rassen op de Nederlandse markt gelanceerd: de vroege LG 30.218 en middenvroege LG 32.34 hebben de primeur in de nieuwe Aanbevelende Rassenlijst;
- Voor 2011 dienen 3 nieuwe kandidaten zich al aan; de zeer vroege LG 30.211, en de vroege LG 30.221 en LG 30.225
- U herkent de rassen aan het speciale LG Animal Nutrition-embleem;
- LG Animal Nutrition levert een belangrijke bijdrage aan de maximalisatie van de ruwvoeropname, stijging van de productie uit ruwvoer en verdere rantsoenoptimalisatie.
|
Meerwaarde
Wat biedt LG Animal Nutrition mij?
Twee op het oog dezelfde maïsgewassen, maar met verschillende gevolgen voor uw portemonnee. Het verschil zit namelijk in de plant. Een hogere VEM met een beter zetmeelgehalte en celwandverteerbaarheidcijfer geeft namelijk een belangrijke bonus. Dankzij optimale benutting van de plant, produceren uw koeien MEER melk en MINDER mest!
Wat verdien ik extra met LG Animal Nutrition?
Afhankelijk van de dagelijkse drogestofopname kan uw winst met LG Animal Nutrition-rassen oplopen tot 0,5 liter melk per koe per dag meer bij 30% maïs in het rantsoen en tot wel 1,2 liter melk per koe per dag meer bij een aandeel van 70% maïs! Tel uit uw winst! Beoordeel een maïsras dus nooit alleen op z’n uiterlijk, z’n inhoud kan u aanzienlijk meer opleveren. Reken zelf het verschil tussen LG 30.218 en uw huidige maïskuil uit met onze melkcalculator.
Voederwaarde
Wat is het belang van voederwaarde?
De laatste jaren is bij de maïsrassenkeuze veel aandacht geschonken aan zetmeelgehalte en zetmeelopbrengst/hectare. Aangezien het onderzoek naar de rol van maïs in de rundveevoeding niet stilstaat, weten we inmiddels dat het niet alleen zetmeel is dat bijdraagt aan een optimale melkgift. Het is zondermeer de allerbelangrijkste component in de voederwaarde, maar oók suikers, eiwitten, vetten en het verteerbare deel van de celwanden zijn belangrijk voor de melkproductie. Het gaat dus om de voederwaarde in zijn geheel.
Wat is het belang van celwandverteerbaarheid en energie?
In de laatste 20 jaar is door intensieve veredeling de gemiddelde voederwaarde met ongeveer 12% en de totale voederwaarde-opbrengst met ongeveer 35% toegenomen! Als we kijken naar de hedendaagse rassenkeuze vallen een aantal zaken op:
- te vaak werd en wordt gedacht dat voederwaarde synoniem is voor veel zetmeel;
- het belang van totale voederwaarde wordt daarbij vergeten;
- diverse rassenlijstrassen hebben ondanks hun goede zetmeelgehalte toch een VEM-gehalte van onder de 100 relatief;
- dit heeft een sterk negatieve invloed op uw melkopbrengst.
|
Naast zetmeel is het van belang te letten op celwandverteerbaarheid;
- door een goed verteerbare restplant raakt uw koe minder snel verzadigd;
- zij neemt daardoor méér ruwvoer en dus méér energie op met een hogere melkgift tot gevolg;
- bijkomend voordeel is dat zij minder mest uitscheidt door een betere plantbenutting.
|
| Conclusies |
- VEM-gehalte is het belangrijkste criterium bij uw rassenkeuze;
- zetmeel is als onderdeel van de voederwaarde erg belangrijk, maar komt pas echt tot zijn recht in combinatie met een goede celwandverteerbaarheid.
|
Wetenschappelijk onderzoek
Hoe staat de wetenschap hier tegenover?
Limagrain wordt in zijn beweringen onder meer gesteund door de volgende gerenommeerde en internationale onderzoeksinstanties.
Yves Barrière, directeur van het Franse landbouwkundig onderzoeksinstituut INRA:
“Verschillen in celwandverteerbaarheid tussen rassen hebben te maken met de mate van verhouting van de plantenvezels (lignificatie). Dit is genetisch bepaald en in grote mate overerfbaar. Selectie op deze eigenschap is dus zeer relevant en efficiënt. Experimenten met melkkoeien hebben aangetoond dat het voeren van een ras met een lage celwandverteerbaarheid leidt tot een lagere melkproductie per dier per dag. Hierdoor is extra behoefte aan krachtvoer en dus meer kosten. Afhankelijk van de mate van celwandverteerbaarheid van een ras kunnen koeien tot 3 kg maïssilage per dag extra opnemen. Naarmate de verteerbaarheid van de vezels van snijmaïs hoger is, neemt de opnamecapaciteit én de opname van energie toe en daarmee de melk- en vleesproductie. Het negeren van celwandverteerbaarheid heeft dus kwalijke gevolgen voor de veehouder.“
Voederwaarde in de media
Over voederwaarde, celwandverteerbaarheid én LG Animal Nutrition is veel geschreven door de landbouwpers. Wilt u weten wat? Bekijken dan de knipselmap met artikelen uit alle gerenommeerde vakkranten en -magazines.
Voederproeven
Voederproeven Schothorst Feed Research
Schothorst Feed Research (SFR) in Lelystad is een onafhankelijk onderzoeksinstituut van en voor de Nederlandse veevoedingsindustrie. Voor het LG Animal Nutrition programma voert SFR voederproeven uit om het belang van maïsrassen met topvoederwaarde in praktijk aan te tonen.
Bart Tas
De afdeling rundvee beschikt over 160 melkkoeien met 1,3 miljoen kg quotum, 100 stuks jongvee en 96 plaatsen voor individuele voederopname. Aan drie gelijkwaardige groepen met elk 16 hoogproductieve koeien worden verschillende snijmaïsrassen gevoerd waaronder de voederwaarderassen LG 30.218 en LG 32.34. Van elk ras is eerst 3 ha geteeld onder identieke omstandigheden en ingekuild. De voederproef bestrijkt 9 weken, waarbij het rantsoen bestaat uit 25% gras, 75% maïs en krachtvoer. De resultaten van dit onderzoek worden in de loop van 2010 verwacht.
Bart Tas, rundveeonderzoeker Schothorst Feed Research
“In dit onderzoek richten we ons op de invloed van celwandverteerbaarheid en zetmeelgehalte in relatie tot de rantsoensamenstelling, want dit blijft in discussies vaak onderbelicht”
Kwaliteitsradars
Hoe herken ik een goed ras?
Om de meerwaarde van een LG Animal Nutrition-ras ten opzichte van het gemiddelde maïsaanbod en gestelde minimumeisen inzichtelijk te maken, worden de belangrijkste raseigenschappen schematisch weergegeven in een zogeheten radar. Limagrain onderscheidt een radar voor kwaliteitskenmerken, de zogenaamde melkradar, en een radar voor landbouwkundige kenmerken, de teeltradar. De sterkte van een LG Animal Nutrition-ras is dat het in beide radars boven alle minimumwaarden uitkomt.
Melkradar
voorbeeld Melkradar
| De gebruikte criteria voor de melkradar zijn: |
- De VEM-opbrengst, het VEM-gehalte, het gecorrigeerd zetmeel en de celwandverteerbaarheid, gebaseerd op cijfers uit het officiële rassenlijstonderzoek (PPO).
- Het zetmeel- en celwandaandeel, uitgedrukt in een percentage van de totale plant en voortkomend uit eigen onderzoek. Voor celwandaandeel geldt een maximumpercentage: hoe minder, hoe beter.
- Voor celwandaandeel en –verteerbaarheid en voor VEM-opbrengst en –gehalte verschillen de minimumwaarden per vroegheidsklasse.
|
Teeltradar
voorbeeld Teeltradar
| De gebruikte criteria voor de teeltradar zijn: |
- Beginontwikkeling, stevigheid en stengelrotresistentie (bron: PPO)
- Voor builenbrand en bladvlekkenziekte moet minimaal een 7 worden gehaald. (bron: PPO)
- Oogstflexibiliteit tenslotte wordt aangeduid met de richtingcoëfficiëntvan de drogestoflijn. Hoe lager het getal, hoe breder het oogstvenster (bron: Limagrain). Door gedurende de beproevingscycli op de diverse PPO-locaties bij de oogst steeds de ds-gehaltes van individuele rassen en van alle rassen bijelkaar te registreren, kunnen we gemiddelde lijnen van ds-gehaltes trekken, zogenaamde oogstlijnen.
• Wanneer een oogstlijn van een ras steiler is dan het gemiddelde, is de oogstflexibiliteit lager: de periode om te oogsten is korter. In de Teeltradar herkenbaar aan een cijfer hoger dan 1. • Wanneer de lijn van een ras vlakker is dan het gemiddelde, is de oogstflexibiliteit hoger: de periode waaronder optimaal geoogst kan worden is langer en het cijfer is lager dan 1.
|
De rassen
Welke rassen dragen het LG Animal Nutrition-keurmerk?
De eerste twee rassen in Nederland zijn sinds 2010 beschikbaar en zijn met open armen ontvangen door de Nederlandse melkveehouder. Voor 2011 dienen zich al 3 nieuwe kandidaten aan, waarmee de LG Animal Nutrition-kwaliteit vanaf 2011 voor iedere vroegheidsklasse beschikbaar is.
|