Dossier: LG Animal Nutrition, hét kwaliteitskeurmerk
LG Animal Nutrition is dé kwaliteits- en opbrengstgarantie voor de snijmaïsteler. Dé garantie dat u over een ras beschikt waaraan strikte voedertechnische en landbouwkundige eisen zijn gesteld en dat u verzekert van een topmelkopbrengst. Deze meerwaarde is bovendien met wetenschappelijk onderzoek aangetoond.
Jos Groot Koerkamp, manager veehouderij licht LG Animal Nutrition in het kort toe:
Wat betekent LG Animal Nutrition voor u?
Tot een halve liter méér melk
In het LG Animal Nutrition-programma zet Limagrain sterk in op de verteerbaarheid van de afzonderlijke maïscomponenten.
Het gerenommeerde veevoedingsinstituut Schothorst Feed Research heeft in 2010 aan de hand van voederproeven aangetoond dat LG Animal Nutrition-rassen (met een hoog zetmeelgehalte én een hoge celwandverteerbaarheid) de beste netto-energieinhoud voor lactatie opleveren en de meeste input van glucogene energiebestanddelen voor melkproductie en –samenstelling.
De proef bestond uit drie representatieve koegroepen die elk een ander maïsras – te weten LG 30.218, LG 32.34 of het controleras – gevoerd kregen. Het rantsoen bestond uit 60% snijmaïs, 25% grassilage en 15% eiwitsupplement.
*uitgedrukt in meetmelk
Onderzoeksrapport
Alle resultaten van de voederproef door Schothorst Feed Research zijn samengevat in het rapport wat u hier kunt downloaden: onderzoeksrapport voederproef.
De 5 zekerheden van LG Animal Nutrition
Rassen met een LG Animal Nutrition-waardering herkent u aan het speciale keurmerk. Het stelt u in staat om uit het enorme aanbod maïsrassen in ons land direct die variëteiten te selecteren die er echt toe doen in het rantsoen.
Rassen komen enkel in aanmerking voor een LG Animal Nutrition-status als zowel hun totale verteerbaarheid als de verteerbaarheid van de individuele onderdelen van de plant (kolf, stengel én blad) bovengemiddeld zijn.
Landbouwkundig gezien zijn de rassen ook van het hoogste niveau. Dat is vereist teneinde het toppotentieel maximaal te gelde te kunnen maken.
Aanvullend praktijkonderzoek door onafhankelijke veevoedingsdeskundigen en dierwetenschappers (Schothorst Feed Research) heeft de voedertechnische meerwaarde en meeropbrengst aan melk van LG Animal Nutrition-rassen aangetoond.
LG Animal Nutrition is uw sleutel tot rantsoenoptimalisatie. De rassen worden beduidend beter benut en aangewend door de koe. Het draait bij LG Animal Nutrition dus om alle voederwaardecomponenten en niet om zetmeel alleen.
Voor de veehouder is het van het grootste belang om een zo hoog mogelijke melkproductie te behalen. Limagrain kweekt hiervoor primair snijmaïs met topvoederwaarde.
Gaat u maar na: na de opname van een bepaalde hoeveelheid drogestof aan ruwvoer is uw koe verzadigd. Van groot belang is dus dat de concentratie aan energie (VEM: Voederwaarde per Eenheid Maïs) per hap zo hoog mogelijk is. Limagrain kiest daarom in de rassenontwikkeling allereerst voor die voederwaarde en verliest de opbrengst daarbij zeker niet uit het oog. Jaar na jaar scoren de Limagrain-rassen dan ook de hoogste VEM-gehaltes in het officiële rassenonderzoek.
Voederwaarde verklaard
Voederwaarde is de som van de energie uit zetmeel, verteerbare celwanden en de overige celinhoud. Onze kwekers besteden veel aandacht aan een zo hoog mogelijk zetmeelgehalte want zetmeel is de belangrijkste component in de voederwaarde, maar niet de enige! Niet alleen de kolf, waar het zetmeel wordt aangemaakt, gaat immers door de koe, ook de restplant passeert pens en darm. Stengel en bladeren moeten daarom in onze ogen eveneens zo verteerbaar mogelijk zijn.
Celwandverteerbaarheid
De verteerbaarheid van zetmeel, vetten, suikers en eiwitten verschilt weinig per ras en de maximale waarden zijn nagenoeg bereikt. Daarentegen is er in celwandvertering veel meer variatie en daarmee nog vooruitgang te boeken als het gaat om het verhogen van de totale voederwaarde van de plant. Uit onderstaande tabel blijkt de invloed van een betere celwandverteerbaarheid op het totale VEM-gehalte. We vergelijken 1.000 gram snijmaïs van twee verschillende rassen, één met een hoge en één met een lage celwandverteerbaarheid.
Hoe staat de wetenschap hier tegenover?
Limagrain wordt in zijn beweringen onder meer gesteund door de volgende gerenommeerde en internationale onderzoeksinstanties.
Yves Barrière, directeur van het Franse landbouwkundig onderzoeksinstituut INRA:
“Verschillen in celwandverteerbaarheid tussen rassen hebben te maken met de mate van verhouting van de plantenvezels (lignificatie). Dit is genetisch bepaald en in grote mate overerfbaar. Selectie op deze eigenschap is dus zeer relevant en efficiënt. Experimenten met melkkoeien hebben aangetoond dat het voeren van een ras met een lage celwandverteerbaarheid leidt tot een lagere melkproductie per dier per dag. Hierdoor is extra behoefte aan krachtvoer en dus meer kosten. Afhankelijk van de mate van celwandverteerbaarheid van een ras kunnen koeien tot 3 kg maïssilage per dag extra opnemen. Naarmate de verteerbaarheid van de vezels van snijmaïs hoger is, neemt de opnamecapaciteit én de opname van energie toe en daarmee de melk- en vleesproductie. Het negeren van celwandverteerbaarheid heeft dus kwalijke gevolgen voor de veehouder.“
Hoe herkent u een goed ras?
Om de meerwaarde van een LG Animal Nutrition-ras ten opzichte van het gemiddelde maïsaanbod en gestelde minimumeisen inzichtelijk te maken, worden de belangrijkste raseigenschappen schematisch weergegeven in een zogeheten radar. Limagrain onderscheidt een radar voor kwaliteitskenmerken, de zogenaamde melkradar, en een radar voor landbouwkundige kenmerken, de teeltradar. De sterkte van een LG Animal Nutrition-ras is dat het in beide radars boven alle minimumwaarden uitkomt.
De gebruikte criteria voor de melkradar zijn:
De VEM-opbrengst, het VEM-gehalte, het gecorrigeerd zetmeel en de celwandverteerbaarheid, gebaseerd op cijfers uit het officiële rassenlijstonderzoek (PPO).
Het zetmeel- en celwandaandeel, uitgedrukt in een percentage van de totale plant en voortkomend uit eigen onderzoek. Voor celwandaandeel geldt een maximumpercentage: hoe minder, hoe beter.
Voor celwandaandeel en –verteerbaarheid en voor VEM-opbrengst en –gehalte verschillen de minimumwaarden per vroegheidsklasse.
De gebruikte criteria voor de teeltradar zijn:
Beginontwikkeling, stevigheid en stengelrotresistentie (bron: PPO)
Voor builenbrand en bladvlekkenziekte moet minimaal een 7 worden gehaald. (bron: PPO)
Oogstflexibiliteit tenslotte wordt aangeduid met de richtingcoëfficiëntvan de drogestoflijn. Hoe lager het getal, hoe breder het oogstvenster (bron: Limagrain). Door gedurende de beproevingscycli op de diverse PPO-locaties bij de oogst steeds de ds-gehaltes van individuele rassen en van alle rassen bijelkaar te registreren, kunnen we gemiddelde lijnen van ds-gehaltes trekken, zogenaamde oogstlijnen. • Wanneer een oogstlijn van een ras steiler is dan het gemiddelde, is de oogstflexibiliteit lager: de periode om te oogsten is korter. In de Teeltradar herkenbaar aan een cijfer hoger dan 1. • Wanneer de lijn van een ras vlakker is dan het gemiddelde, is de oogstflexibiliteit hoger: de periode waaronder optimaal geoogst kan worden is langer en het cijfer is lager dan 1.
LG Animal Nutrition in de media
Over voederwaarde, celwandverteerbaarheid én LG Animal Nutrition is veel geschreven door de landbouwpers. Wilt u weten wat? Bekijken dan de knipselmap met artikelen uit alle gerenommeerde vakkranten en -magazines.